In oranje licht gehuld
Met haar borsten op half zeven
En haar karretje gevuld
Met de resten van haar leven
Zo onzichtbaar in de rij
Moest ze plotseling weer denken
Aan hoe alle jongens
Droomden van haar
Slanke schrijden
over het schoolplein
haar bedienden
op haar wenken
O rode ogen Rosa zo gepierced door het verdriet
Of ouwe Alewijn uit het wat mindere circuit
Wie laat er nou z’n hond alleen? Geertruida is zelfs slecht ter been
Mocht u uwzelf hervinden:
neem contact op potverdrie!
Jet, each man kills the thing he loves
By each let this be heard
Some do it with a bitter look
Some with a flattering word
The coward does it with a kiss
The brave man with a sword
Some kill their love bij de Beddengigant
En sommigen doen het by leugen
Sommigen zijn in hun ego verzand
And some door alleen maar te deugen
Iedere man doodt wat hij bemint
Jet, kijk toch uit waaraan je begint
Ik ben vergeten waar ik dit liedje heb gehoord, in de zomerzon. Misschien was Theo van Gogh al vermoord zo wreed en ook zo zonder pardon? Of bij die rellen in Parijs, achter een coupe vers Mekka-ijs? Ging dat domme Allah-volk maar weer heel snel op een wereldreis.
Inshallie inshallah, inshallie inshallah, het gaat niet uit m’n kop. Inshallie inshallah, inshallie inshallah, ik sta d’r ’s morgens mee op. Inshallie inshallah, inshallie inshallah, het klinkt nu ook in huis. Ooit bij brandpunt laat, nu in mijn eigen straat, dankzij dat linkse gespuis.
Het kan ook zijn dat ik hoog in de lucht uit een brandend flatgebouw sprong. Of misschien toen men mij met harde hand tot mijn besnijdenis dwong. Of werd ik soms alleen gekeeld vanwege een cartoon? Werd ik bedolven onder stenen van mijn nek tot aan mijn tenen voor een openbare zoen?
Inshallie inshallah, inshallie inshallah, van Culemborg tot Weert. Inshallie inshallah, inshallie inshallah, het is geïmporteerd. Inshallie inshallah, inshallie inshallah, we hebben niets geleerd. Inshallie inshallah, inshallie inshallah, ik geef mijn stem aan Geert.
Wie zaait er onrust op de vredige akker
Op de sluimerende stranden
van mijn zinloze gedroom
Schendt met schaamteloos geschater
En schier eindeloos gehinnik
Mijn teerhartige gedicht?
Het geraas komt van een stakker
Hij heeft niets beters omhanden
De letterknecht van holle hoon
Een geraamteloze blater
Die met zijn vruchteloos gegrinnik
Voor de satire is gezwicht!